Korte samenvatting
van de geschiedenis
De Rottweiler rekent
men tot de oudste hondenrassen. Zijn oorsprong gaat tot in de tijd
van de Romeinen terug.
Daar werd hij als herders en veedrijvershond gebruikt. De honden
trokken met de Romeinse legioenen over de Alpen, beschermden de
mensen en dreven hun vee.
In de omgeving van Rottweil kwamen deze honden samen met inheemse
honden en vond vermenging plaats.
De belangrijkste taak van de Rottweiler werd nu het bewaken en het
drijven van het grote vee en de verdediging van zijn baas en diens
eigendommen.
Van deze Duitse Rijksstad Rottweil kreeg hij zijn naam: Rottweiler
slagershond. De veehandelaren (slagers) fokten deze honden alleen op
prestatie en bruikbaarheid voor het werk.
Zo ontstond in de loop van de tijd een uitstekende herders- en
veedrijvershond, die ook als trekhond gebruikt werd.
Toen men in het begin van de twintigste eeuw hondenrassen zocht voor
de politiedienst, werd ook de Rottweiler daarvoor getest.
Al snel bleek dat de hond voor de opgaven in politiedienst gesteld,
bijzonder geschikt was. In het jaar 1910 werd hij dan ook officieel
als politiehond erkend.
De Rottweilerfok streeft naar een zeer krachtige hond zwart met
roodbruine duidelijk begrensde aftekeningen, die ondanks een stoere
verschijningsvorm toch adel bezit en die bijzonder geschikt is als
geleide-verdedigings- en gebruikshond.

==========================
1- Algemeen verschijningsbeeld van de hond
De Rottweiler is een middelgrote tot
grote, stevige hond, noch plomp noch licht van bouw, niet hoogbenig
of iel.
Zijn in de juiste verhouding staande gedrongen krachtige
verschijning verraadt grote kracht, wendbaarheid en
uithoudingsvermogen.
2- Belangrijke maatverhoudingen
(proporties)
De maat der romp lengte, gemeten van
borstbeen tot en met zitbeen knobbel, mag die van de schofthoogte
met ten hoogste 15% overschrijden.
3- Gedrag en Karakter
In wezen vriendelijk en vredelievend en
kindvriendelijk, is hij aanhankelijk, gehoorzaam en werkwillig.
Zijn verschijning verraadt oerkracht, zijn gedrag is zelfverzekerd,
evenwichtig en onverschrokken.
Hij reageert met hoge opmerkzaamheid op zijn omgeving.
4- Hoofd
4.1. Schedel
Middellang, de schedel breed tussen
de oren, het voorhoofd, van opzij gezien matig gewelfd.
Achterhoofd knobbel: Goed ontwikkeld zonder sterk uit te komen.
Stop: schedelaanzet duidelijk zichtbaar.
4.2. Aangezichtsschedel
Neus: neusrug recht, met brede aanzet
en naar voren toe slechts weinig smaller, neusspiegel goed gevormd,
eerder breed dan rond,
met in verhouding grote neusgaten, altijd zwart van kleur.
Snuit: de voorsnuit moet in verhouding tot de schedel noch te lang
noch te kort zijn.
Lippen: zwart, strak aanliggend, mondhoeken gesloten tandvlees zo
donker mogelijk.
Kaken: krachtige, brede boven- en onderkaak.
Wangen: jukbeenderen duidelijk zichtbaar.
Gebit: sterk, en volledig (42 tanden en kiezen), de snijtanden van
de bovenkaak sluiten scharend over die van de onderkaak.
Ogen: middelgroot, amandelvormig, donkerbruin van kleur, oogleden
goed aansluitend.
Oren: middelgroot, hangend, driehoekig, ver uit elkaar staand, hoog
aangezet. De schedel lijkt door de naar voren hangende, goed
aanliggende oren breder.
5- Hals
Krachtig, matig lang, goed gespierd
met een licht gewelfde neklijn, droog, zonder wammen of losse
keelhuid.
6- Romp
Rug: recht, krachtig, vast.
Lendenpartij kort, krachtig en diep.
Kruis: breed, middellang en verloopt met een flauwe ronding, noch
recht, noch sterk hellend.
Borst: ruim, breed en diep (ca 50% van de schouderhoogte) met goed
ontwikkelde voorborst en goed gewelfde ribben.
Buik: bij de flanken niet opgetrokken.
Staart: normale staart, gedragen in het verlengde van de
bovenbelijning, in rust iets lager hangend.
7- Ledematen
7.1. Voorhand
Algemeen: de voorbenen zijn van voren
gezien recht en niet nauw geplaatst.
De onderarmen staan van opzij bezien recht. De hoek tussen
schouderblad en een horizontale lijn is circa 45 graden.
Schouders: goed geplaatst.
Bovenarm: goed tegen het lichaam liggend.
Onderarm: krachtig ontwikkeld en gespierd.
Middenvoorvoet: licht verend, krachtig, niet steil.
Voeten: rond, goed gesloten en gewelfd, voetzolen hard, nagels kort,
zwart en sterk.
7.2. Achterhand
Algemeen: van achter bezien zijn de
achterbenen recht en niet nauw geplaatst. In natuurlijke stand
vormen dijbeen en heupbeen, dijbeen en onderbeen en onderbeen en
middenvoet een stompe hoek.
Dijbeen: matig lang, breed en sterk gespierd.
Onderbenen: lang, krachtig en breed gespierd en gaan over in
krachtige, pezige spronggewrichten, die goed gehoekt zijn en niet
steil.
Voeten: iets langer dan de voorvoeten, eveneens goed aangesloten,
gewelfd met sterke tenen, zonder wolfsklauwen.
8- Gangwerk
De Rottweiler is een draver. De rug
blijft vast en relatief rustig. de uitvoering van de beweging is
harmonisch, zeker, krachtig en soepel, met ruime drafpassen.
9- Huid
Hoofdhuid: ligt overal strak en mag
bij hoge oplettendheid lichte rimpels vormen.
10- Beharing
10.1. hoedanigheid van de vacht
Bestaat uit dekhaar en onderwol.
Dekhaar = Stokhaar, middellang, hard, dicht en goed aanliggend. De
onderwol mag niet door het dekhaar heenkomen.
Aan de achterbenen is de beharing iets langer.
10.2. Kleur
Zwart met goed begrensde aftekeningen
(brand) van een warme, roodbruine kleur aan wangen, snuit,
onderzijde hals, borst en benen, alsmede boven de ogen en onder de
staartwortel.
11- Grootte en Gewicht
Schofthoogte reuen : 61 tot 68 cm,
61-62=klein, 63-64=middelgroot, 65-66=groot-juiste grote, 67-68=zeer
groot.
Teven: 56 tot 63 cm, 56-57=klein, 58-59=middelgroot, 60-61=groot-juiste
grootte, 62-63=zeer groot.
Gewicht reuen : ca. 50 kg, teven ; ca 42 kg.
12- Fouten
Alle afwijkingen van de hiervoor
genoemde punten moeten als fouten aangezien worden, de beoordeling
moet in verhouding met de graad van de afwijking staan.
- Totaalbeeld: Lichte, iele, hoogbenige verschijning, zwakke botten
en spieren.
- Kop: jachthondenhoofd, een smal, licht, te kort, lang, plomp
hoofd, vlakke schedelpartij (missende of te geringe stop).
- Snuit: lange spitse voorsnuit, rams- of gespleten neus, ingedeukte
of afhellende neusrug, lichte of gevlekte neusspiegel.
- Lippen: open, roze of gevlekte lippen, open mondhoeken.
- Kaken: smalle onderkaak.
- Bakken: sterk geprononceerde bakken (wangen).
- Gebit: tanggebit.
- Oren: te laag aangezette, zware, lange, slappe, naar achteren
gevouwen, alsmede afstaande en onregelmatig gedragen oren.
- Ogen: lichte, open, diepliggende, te bolle alsmede ronde ogen.
- Hals: te lange, dunne, zwak bespiede hals, wammen of te losse
keelhuid.
- Lichaam: te lang, te kort, te smal.
- Borst: vlakgeribde borstkas, tonvormige borst, ingesnoerde borst.
- Rug: te lang, zwakke of doorgezakte rug, karperrug.
- Kruis; hellend kruis, te kort, te recht of te lang.
- Staart: te hoog of te laag aangezette staart.
- Voorhand: nauw of geen rechte voorbenen, steile schouder, missende
of knijpende elleboogaansluiting, te lange, te korte of steile
bovenarm, zwakke of steile midden voorvoet, spreid voeten, platte of
te sterk gewelfde tenen, onontwikkelde tenen, lichte nagels. -
Achterhand: niet voldoende ontwikkelde dijen, nauwe hakken,
koehakkig of O-benig, te weinig of te sterk gehoekte gewrichten,
wolfsklauw.
- Huid: te veel gerimpeld.
- Beharing: zacht, te kort of te lang haar, krullend haar, fouten in
de onderwol.
- Kleur: miskleuren, niet zuiver begrensde of te uitgebreide
aftekening.
13- Diskwalificerende
fouten
Algemeen: duidelijke omkering van het
geslachtstype (teven-type bij reuen en omgekeerd).
- Gedrag: angstige, schuwe, laffe, schotschuwe, boos- aardige,
overdreven wantrouwige, nerveuze dieren.
- Ogen: entropion, ektropion, gele ogen, verschillend gekleurde
ogen.
- Staart: Knikstaart, gekrulde, sterk zijwaarts naar ten opzichte
van de ruglijn gedragen staart
- Gebit: bovenvoorbijters, ondervoorbijters, honden met missende
premolaren of molaren.
- Teelballen: monorchide of cryptorchide reuen. Beide teelballen
moeten goed ontwikkeld, duidelijk zichtbaar in de balzak aanwezig
zijn.
- Beharing: uitgesproken langharige of krulharige dieren. Haarkleur
die niet de voor de Rottweiler typisch zwart met bruine tekening
hebben, witte vlekken.
Bron :
www.rottweiler.nl
|